Regelmatig ben ik in gesprek met bedrijven waarbij vaak herhaaldelijk dezelfde onderwerpen aan bod komen. Voor een deel zijn dat traditionele IT onderwerpen en voor een deel zou je ze modeverschijnsel of hype kunnen noemen. Deze onderwerpen lijken onderling een verband te hebben. Om te beginnen zijn het natuurlijk allemaal architectuuronderwerpen. Maar dat is niet wat ik bedoel. Wat ik bedoel is dat het behalen van een doelstelling bij het ene onderwerp lijkt samen te hangen met die van een ander onderwerp. Simpeler gezegd, de doelstellingen van meerdere onderwerpen zijn vaak middels een enkel design te behalen. In dit artikel belicht ik deze invalshoek.
RTO en RPO
Sinds jaar en dag proberen IT architecten te achterhalen wat de beschikbaarheid van een applicatie is (of moet zijn). Dit gegeven is een belangrijk aspect bij het design. Dit wordt Recovery Time Objective genoemd (RTO). Dat is de tijd dat een applicatie maximaal niet beschikbaar mag zijn. Als de applicatie niet beschikbaar is, of slecht functioneert, kan er data verloren gaan. Graag ontwerpen we applicaties ook daarvoor. Wat is het maximale verlies van data dat we kunnen toestaan. Dit wordt Recovery Point Objective genoemd (RPO).
Ik probeer deze vragen altijd aan bod te laten komen, maar mij valt op dat klanten hier nogal eens het antwoord niet weten. De “Business” bepaalt dit vaak aan de hand van bijvoorbeeld het financiële verlies dat geleden wordt als de applicatie niet beschikbaar of bij het verlies van data. De kosten om bepaalde RTO en RPO waarden te halen moeten opwegen tegen dit veronderstelde verlies. Dit is iets waarover je in gesprek moet gaan met de “Business”.
Meestal zijn de eisen die aan RTO en RPO gesteld worden niet zo hoog. Een goede backup (en restore) zijn dan een voldoende garantie om de applicatie binnen een paar uur termijn weer operationeel te hebben. Backup & restore is dan ook de eenvoudigste van de 4 Disaster Recovery methoden die er zijn. Het meest complexe en duurste DR scenario is multi site. Hierbij draait de applicatie op twee plekken (twee datacenters, of in combinatie met een hyper scaler). Het voordeel hiervan is dat een dergelijke setup een veel betere RTO en RPO waarden mogelijk maakt.
Welke DR scenario's zijn er dan allemaal?
Als eerste en meestal simpele DR scenario is er "Backup & restore". Bij dit scenario duurt de restore het langste (enkele uren) en zijn er de hoogte (slechtste) RTO en RPO waarden.
Als tweede is er de "Pilot Light". Hierbij draait een basis setup (vooral de data) van de applicatie ook op een andere site. Bij een disaster kan deze kant verder opgestart en opgeschaald worden. Dit gaat al sneller dan de restore van de backup.
Als derde is er het DR scenario van de "Warm Standby". De applicatie "Leeft" op twee locaties. Failover kan snel, maar het nadeel is dat altijd een van de twee onnodig actief is, dubbele kosten dus.
Als laatste DR scenario is er "Multi Site". Hierbij wordt de applicatie op beide kanten actief gebruikt en is er de kortste fail over tijd. Beide kanten worden actief gebruikt.
Voor de laatste drie DR scenario's geldt dat er data replicatie gedaan moet worden.Data moet op beide locaties beschikbaar zijn in het geval van een fail over. https://docs.aws.amazon.com/whitepapers/latest/disaster-recovery-workloads-on-aws/disaster-recovery-options-in-the-cloud.html
Kostenreductie
Een ander onderwerp dat altijd ter sprake komt zijn oplopende kosten – veelal in combinatie met het inzetten van een cloud provider / hyper scaler. De kosten zijn vaak opgelopen omdat er van alles beschikbaar is en de engineers / developers die applicaties bouwen niet direct met de kosten geconfronteerd worden. Strak sturen op kosten is best ingewikkeld en verlangt dat alle betrokkenen daaraan mee werken. Afspraken over wanneer resources verwijderd kunnen worden zijn bijvoorbeeld erg effectief, wat je niet gebruikt kost ook niets. Van datgene dat je dan nog wel gebruikt is het zaak dat optimaal te gebruiken. Right Sizing is het afstemmen van de gebruikte resources en datgene dat er echt nodig is.
Applicatie modernisatie
Hoewel Right Sizing van resources slim is, zegt het niets over hoe de applicatie resources aanspreekt. Het stroomlijnen van de applicatie is nodig om ervoor te zorgen dat het efficiënt met resources omgaat. Dit valt vaak onder wat men applicatie modernisatie noemt. Hieronder worden overigens meer zaken verstaan. Het stroomlijnen van het resources gebruik is er een, maar ook het vernieuwen van de code valt hieronder, of het vernieuwen van de runtime software. Maar pak je de applicatie aan voor een van deze redenen, waarom dan niet gelijk ook voor de andere?
Wil men de afhankelijkheid van Amerikaanse (of commerciële) software verkleinen, dan is het daarnaast zaak om andere productkeuzes te maken, bijvoorbeeld kies voor open source software en kies voor een Europese cloud provider. Dit is overigens iets waar nu steeds meer bedrijven over nadenken.
Maintenance effort
Zoals ik eerder al eens heb betoogd is het onderhoud (maintenance) de belangrijkste verantwoordelijkheden van een IT afdeling of IT bedrijf. De onderhoud inspanning voor een applicatie is echter niet gedurende de levensduur van de applicatie constant. In de meeste gevallen neemt de effort voor onderhoud vrijwel altijd toe. Veranderingen in software versies maakt dat upgraden steeds lastiger wordt en na verloop van tijd zelfs onmogelijk. Dat is ook waarom “Decommissioning” zo waardevol is voor een organisatie. Het moderniseren van een applicatie kan gebruikt worden de onderhoudsdruk te verlagen. Sterker nog, dat is de belangrijkste reden waarom je dat doet.
Digital Sovereignty en portability
Als reactie op alle geopolitieke ontwikkelingen willen bedrijven de afhankelijkheden van buitenlandse technologie verkleinen. Voor veel bedrijven best wel vervelend, want ze waren net klaar met de migratie naar een Amerikaanse Cloud provider / hyper scaler. Als je voorbereid wilt zijn en wilt kunnen garanderen dat je baas blijft van data (Data Sovereignty) en je de beschikbaarheid van de applicatie zeker wil stellen (Operational Sovereignty, samen wel Digital Sovereignty genoemd), dan wil je de applicatie en data naar een ander platform kunnen verplaatsten. Dat is dan portability waarover gesproken wordt. Het raakt hiermee aan de DR scenario’s die we eerder bespraken. De portability van een applicatie vergroten raakt daarmee ook aan de applicatie modernisatie. Mijn idee hierbij is: design ineens voor alle doelstellingen.
Ja hoe ontwerp je dan voor portability? Door het ontwerp vraagstuk bijvoorbeeld gelaagd aan te pakken. De onderste laag is het datacenter of de hyper scaler. Deze laag is specifiek, ze kunnen van elkaar verschillen. Services zijn verschillend, netwerken anders enz. Op deze specifieke laag kan je een platform bouwen, bijvoorbeeld een Kubernetes cluster. Dat cluster is specifiek voor het datacenter of hyper scaler waarop het draait, maar is generiek voor de applicatie containers. Draaien deze op het ene cluster, dan kunnen ze dat (in principe) ook op het andere. Deze derde laag (de applicatie) kan daarmee generiek zijn. Dat is een belangrijk deel van de portability.
Als in de applicatie ook data opgeslagen wordt, dan moet ook data replicatie geregeld worden (eerder schreef ik over data replicatie). Bovendien kunnen deze onderwerpen aangepakt worden tijdens een ronde van applicatie modernisatie. Daarmee raken deze onderwerpen dus aan elkaar.
Kortom, mijn kijk op de zaak is dat we verschillende doelstellingen kunnen behalen met één design. Door te ontwerpen voor portability op bijvoorbeeld Kubernetes slaan organisaties drie vliegen in één klap: lagere kosten, betere DR en digitale soevereiniteit”. Een doordachte architectuur die meerdere doelen dient.
Er is de laatste maanden voldoende geschreven over Digital Sovereignty. Dit wordt natuurlijk beïnvloed door geopolitieke ontwikkelingen. Bedrijven en organisaties denken opnieuw na over de keuzes die ze kunnen maken en de afhankelijkheden die zij hebben. Tenzij je bereid bent zelf computers te bouwen en zelf software te ontwikkelen – en oh ja, zelf stroom op te wekken, ben je altijd wel van iets of iemand afhankelijk. Deze afhankelijkheid is niet per se een probleem, zolang je vrij bent om de afhankelijkheden te kiezen en de zelfstandigheid van de organisatie, en ze de uitvoering van het werk, de productie of de services niet in de weg staan, zit je goed. Keuzes zouden de toekomstige opties niet moeten beperken. Dus ga nooit een eenrichtingsverkeer straat is qua IT.
Bij de meeste bedrijven en organisaties betreft Digital Sovereignty eigenlijk hoofdzakelijk Data Sovereignty. Het “In control” blijven van data betekent vaak bepalen wie toegang heeft tot data, waar de data opgeslagen is (geografisch) en dat het niet gestolen-of encrypted kan worden (ransomeware). Ook compliancy speelt hierbij een rol. GDPR / AVG vereisen dat je garanties kan geven over het niveau van beveiliging en bescherming van data.Hoe doe je dat wanneer jouw data onder buitenlandse wetgeving valt?
Voor Data Sovereignty is het dus erg belangrijk dat je data technisch kan manipuleren (managen) en dan vooral kan repliceren. Dit is zeker geen nieuw onderwerp, in ons IT vakgebied doen we dit al jaren. Omdat het wederom zo’n actueel onderwerp is, wordt in dit artikel gekeken naar de verschillende soorten data replicatie die er zijn – dit alles tegen het licht van Data Sovereignty.
Verschillende soorten replicatie
Om maar meteen met de deur in huis te vallen, er zijn 3 fundamentele vormen van data replicatie. Zo kunnen disk-blokken gerepliceerd worden (block based replication, bijvoorbeeld bij Reduntant Arrarys of Inexspensive Disks – RAID), kunnen er records gerepliceerd worden (bij databases) of volledige files gerepliceerd worden (denk aan bijvoorbeeld AWS S3 buckets, Google’s Cloud Storage of Microsoft Azure Blob storage). Allen hebben hun sterke en zwakke kanten en daarmee specifieke toepassingsgebieden. In “Cloud Speak” hebben we het dan over “Patterns and Anti-Patterns“. Hierbij zijn de “Patterns” de juist toegepaste replicatie types en de “Anti-Pattrens” onjuist toegepaste replicatie types in een specifiek geval.
Block based storage
Block based storage komen we vaak tegen in de wereld van Storage Area Networks (SAN’s). Dit zorgt ervoor dat data op meerder disks komt te staan en het falen van een disk niet leidt to data verlies. Het is een heel efficiente vorm van data replicatie omdat alleen gewijzigde blokken gerepliceerd worden. Dit in tegenstelling tot het repliceren van het complete bestand. Niet alleen bij SAN’s komen we dit tegen. Zo is er ook open source software om block based replicatie te doen (eventueel over een netwerk), zoals o.a. DRBD.
Block based replication wordt meestal toegepast met als doel redundantie (van disks bijvoorbeeld) te realiseren. Wanneer het geen replicatie is tussen lokale disks, maar er naar een andere disk op een andere locatie gerepliceerd wordt, gaat het niet alleen om disk redundantie, maar ook om de beschikbaarheid van de data. De (fysieke) locatie van de data is dan als Single Point of Failure (SPoF) uitgesloten. Maar ook zo’n oplossing kent zijn grenzen. Wanneer data aan een zijde gedelete wordt, wordt dat gebeurt dat ook aan de andere kant. Daar beschermt het dus niet tegen. Het is geen disaster recovery (DR). Een off site backup is dat bijvoorbeeld wel.
Record gebaseerde replicatie
Record gebaseerde replicatie wordt toegepast bij databases. Databases kennen lees-acties en schrijf-acties van bijvoorbeeld records . Bij replicatie worden alleen schrijf-acties gerepliceerd, de lees-acties veranderen immers niets, De schrijf-acties worden aan de andere zijde opnieuw gedaan zodat beide databases weer gelijk zijn. Vaak is de gerepliceerde database een “Alleen lezen” database (ook wel “Slave” genoemd). De gerepliceerde (slave) database kan bijvoorbeeld prima gebruikt worden om backups van te maken. Er is dan geen performance impact op de “primaire” of “Master” database.
Replicatie wordt hier dus ook gebruikt om de beschikbaarheid te vergroten (en is er geen sprake van DR). De backup die van de “Slave” database gemaakt wordt is wel een DR maatregel. De gerepliceerde schrijf-acties Kunnen in een re-do log file geplaatst worden (Oracle technologie). Deze re-do log files worden dan vaak ook in de backup meegenomen. Met de combinatie van backup van de database en de re-do log files kan een “Point-in-Time restore” worden uitgevoerd.
Databases hebben legio mogelijkheden om te repliceren. Bijvoorbeeld MySQL / MariaDB bieden uitgebreide mogelijkheden hiertoe. In het bovenstaande voorbeeld werd de database replica niet gebruikt voor productie. Het wordt gebruikt om een backup van te maken en het heeft ook geen eindgebruikers. Maar voor lees-acties kunnen beide databases (“Master” en “Slave”) gebruikt worden, zolang wijzigingen alleen naar de “Master” geschreven worden. In het algemeen heeft een database 10 keer zoveel lees-acties als schrijf-acties. Een “Master” met 9 “Slaves” kan dus een manier zijn om de totale performance van het gehele systeem te verhogen. Maar hoewel de performance dan hoger is, is de “Master” nog steeds een Single Point of Failure (SPoF). Een van de “Slave” database kan “Master gemaakt worden, maar dat vraagt tijd en dat levert dus Down time op voor schrijf-acties.
“Master”-“Master” setup
ACID
Een term die bij databases gebruik wordt is ACID (Atomicity, Consistency, Isolation & Durability). Dit zijn kenmerken van een database waarmee de juistheid en compleetheid van data gegarandeerd wordt. Het 'Atomicity" kenmerk stelt dat database bewerkingen ondeelbaar zijn en dus juist of helemaal niet doorgevoerd en opgeslagen worden. Het voorkomt dat bewerkingen half doorgevoerd worden en dat er data mist of corrupt raakt.
Een andere mogelijkheid is een “Master-Master” setup te bouwen. Hierbij kunnen beide “Master” databases schrijf-acties ontvangen en repliceren deze naar de andere “Master”. Er moet voorkomen worden dat records met hetzelfde record nummer geschreven worden. Daarom wordt gekozen de ene “Master” de “Even” inserts te laten doen en de andere “Master” de “On-even” inserts. Beide databases zijn met lokale performance te gebruiken – ook wanneer ze ver uit elkaar staan. Deze systematiek kan naar believen verder uitgebreid worden, bijvoorbeeld met een 3 “Master” setup (zie de figuur). De beschikbaarheid van de data gaat hiermee omhoog evenals de performance. Maar een “Drop Tabel” (verwijder tabel) wordt naar alle “Masters” gerepliceerd en dus is het geen DR.
Nog een laatste opmerking over de multi "Master" setup. Wanneer de databases ver van elkaar verwijderd zijn, is er sprake van een hogere lantency bij de replicatie. Beide databases kunnen lokaal met uitstekende performance gebruikt worden. Het is een goede setup voor active-active (of ook wel Multi Region) designs. replicatie kan hierbij "Achterlopen" (denk dan aan de RPO, zie sectie over RPO en RTO).
File based replicatie
In cloud omgevingen is het (op simpele wijze) repliceren van files een basis voorziening. Dit bestond al voor de cloud (Ceph bijvoorbeeld), maar de cloud heeft het wel populair gemaakt. Tegenwoordig weet iedereen wat een AWS S3 bucket is. Met file gebaseerde replicatie worden files op meerdere storage systemen (en vaak ook locaties) opgeslagen. Zodra een file verandert, wordt een volledig nieuwe versie van de file (of object) gemaakt, dit wordt ook wel “Copy-on-Write” genoemd. Het gevolg hiervan is dat als een file (of object) verandert, alle kopieën gelijk gemaakt moeten worden. Dit kost hierdoor tijd en daarmee spreek men wel over “Eventually Consistent” storage. De file (het object) kan van iedere locatie gelezen worden (nadat het consistent is geworden). Dit levert een hoge performance op. Versiebeheer is ook (relatief) eenvoudig, na een “Copy-on-Write” wordt de oude versie niet verwijderd.
Nadeel van het “Copy-on-Write” principe is dat wanneer slechts 1 bit van een file veranderd wordt, het gehele file opnieuw geschreven moet worden. Het opslaan van een database file op een object store (zoals S3) is dan ook niet efficiënt. Iedere record change leidt tot een nieuwe kopie van het complete database bestand. De performance hiervan is dan ook slecht, het is een zogenaamd “Anti-Pattern“. Gesteld kan worden dat object storage (file based replicatie) dus zowel de performance ten goede komt (in de juiste situaties, de “Patterns”) net als de beschikbaarheid (availbility). Het kan ook DR bieden, mits versiebeheer ingeschakeld is. Een laatste voordeel van een dergelijk storage techniek is dat het vrijwel onbeperkte schaalbaar is qua opslag capaciteit. Het is buitengewoon krachtig in z’n eenvoud.
Maar kan een object storage file systeem gekoppeld (gemount) worden?
Block gebaseerde file systemen kunnen gekoppeld (gemount) worden "In" of "Aan" een computer. Het wordt daarmee gezien als lokale storage ook al is het dat niet. Dit is niet gebruikelijk met object storage. Het heeft een Application Programming Interface (API) die gebruikt kan worden. Lees, schrijf, create en delete acties kunnen middels deze API uitgevoerd worden. Toch is het - als je dat echt wil - wel mogelijk een object store te koppelen (mounten). De performance van een dergelijk oplossing is laag vooral vanwege het "Copy-on-Write" principe. De object store gedraagt zich fundamenteel anders dan lokale storage en dat heeft niet veel toepassingen (Patterns).
RTO en RPO
Bij het design van een omgeving wordt vast gesteld welke RTO en RPO behaald moeten worden. De Recovery Point Objective (RPO) is het maximale data verlies dat een omgeving mag hebben. Recovery Time Objective (RTO) is feitelijk de maximale down time, maar je kan het ook zien als de beschikbaarheid van de omgeving. Deze waarden worden vaak tijdens een Business Impact Analyse (BIA) vast gesteld.
De RTO wordt bereikt door alle maatregelen die getroffen zijn om de beschikbaarheid te kunnen garanderen of te herstellen. De RPO wordt vooral bepaald door de latency van de data replicatie en de backup / restore (DR). Maar wanneer er een netwerk storing optreedt voordat data volledig gerepliceerd is, hoeveel data is dan verloren gegaan? Welke hoeveelheid dataverlies is eigenlijk acceptabel? RPO is dus een complex onderwerp, want hoe weet je welke data nog wel gerepliceerd is tijdens een storing en welke niet? Hoe bepaal je welke van de twee zijdes de correcte data bevat als ze niet meer in sync zijn? Dit wordt ook wel de data “GAP” genoemd. Hiermee raken we aan het onderwerp van synchrone en a-synchrone data replicatie. Meer hierover in de sectie “Timing”.
Welke data is nu correct nadat we een replicatie storing hebben gehad? Met een database kan de "Time Stamp" gebruik worden. Het laatste correct weggeschreven record is de laatste data die goed is, alles daarna is fout. Voorwaarde hiervoor is dat beiden kanten de correcte tijd hebben. Bij Block gebaseerde replicatie wordt iets gebruikt dat "Fencing" genoemd wordt. "Fencing" wordt gebruikt om te bepalen welke (storage) zijde de waarheid bevat.
En backup dan?
Je kan je – terecht – afvragen of backup / restore een data replicatie techniek is. Dat is vast een discussie waard. In de meeste gevallen wordt een backup / restore echter niet gezien als een replicatie techniek. Een backup / restore gaat eerder over retentie en recovery. Het maakt een “point-in-Time” kopie van data (inclusief fouten). Data replicatie is eerder een techniek die gebruikt wordt om “Business Continuity” te garanderen. Verwarrend is dat object storage ook gebruikt kan worden voor de opslag van backups. Het is hoog beschikbaar en ondersteund versiebeheer. Deze discussie is lastig te beslechten. Cruciaal is dan ook het antwoord te vinden op de vraag, “Wat moet er bereikt worden”?
En Off site backups dan?
Object store biedt goede opties voor het opslaan van backups. Want niet alleen ondersteund het versiebeheer, het geeft ook de mogelijkheid om van andere regio's gebruik te maken. Hiermee komen we dicht bij het idee van off site backups.
Granulariteit
De 3 replicatie technologieën hebben allen hun voor- en nadelen, hun “Patterns & anti-Patterns”. Een groot verschil tussen deze technieken is wel de granulatriteit. De kleinste replicatie eenheid is block based replicatie. Het gaat dan bijvoorbeeld om blokken van 4 kilobytes. Records zijn meestal veel groter en files zijn vaak nog vele malen groter.
In overzicht:
Type
Dataeenheid
Usecase
Performance
Block
4 KB – 64 KB blocks
SAN’s, virtuele servers, RAID
Hoogste (lage over head)
Record
Individuele database rijen
SQL / NonSQL databases
Hoge performance (selectief)
File
Gehele files / objecten
Cloud opslag (S3 bijvoorbeeld), backups
verieert, (Copy-on-Write)
Toplogie
Het artikel raakte eerder al aan “One-way” replicatie en “Two-way” replicatie. Dit wordt ook wel de topologie van de replicatie genoemd.
Deduplicatie
Wanneer de opslag van files geanalyseerd wordt dan valt op dat vaak dezelfde bestanden / files vaker opgeslagen worden. Dat is jammer, want met replicatie worden toch al meerdere kopieën bewaard. Kopieën van kopieën is onnodig en kostbaar. Sommige opslagsystemen halen deze dubbelingen eruit zonder dat je dat als eindgebruiker merkt. Dit wordt deducplicatie genoemd. Deduplicatie bespaard opslag capaciteit en dus kosten.
Compressie
Als toevoeging op deduplicatie kunnen data en files ook gecomprimeerd worden. Hierbij maken we bestanden / files kleiner door middel van compressie en besparen zo op opslag capaciteit. Het grootse voordeel wordt behaald wanneer zowel deduplicatie als compressie gecombineerd worden. Beiden vragen echter ook rekenkracht (overhead) en voegen dus (al is het theoretisch) latency toe.
Encryptie
Een onderwerp dat regelmatig langs komt is encryptie. De meeste cloud provider / hypescalers bieden dit “Out of the Box” aan. Dit kan toegepast worden op lokale (block) gebaseerde opslag, op databases en op object gebaseerde opslag. Het is een goed idee om encryptie toe te passen, het is makkelijk en kost vrijwel niets. Het beschermt je echter niet tegen de cloud provide / hyperscaler zelf. Zij kunnen gewoon bij de encryptie sleutels. Moet dat voorkomen worden, dan zal een bedrijf of organisatie zelf haar encryptie sleutels moeten beheren. Dat is te doen, maar integreert niet zo fijn in de cloud omgeving. Bijvoorbeeld met een Hardware Security Module (HSM). Dit beschermt dan wel tegen de cloud provider / hypescaler en tegen informatie verzoeken van overheden en geheime diensten. Het is dus belangrijk in de discussie rond Data Sovereignty. Deze encryptie van opgeslagen data wordt ook wel encryptie van “Data at Rest” genoemd. Naast encryptie van “Data at Rest” kennen we encryptie van “Data in Transfer“, het netwerkverkeer. Beiden zijn encryptie, beiden beschermen tegen andere risico’s.
Caching
Een onderwerp dat hier genoemd wordt worden is caching. Caching - in het algemeen - is de benadering waarbij veel gevraagde data op snelle disk (SSD), memory of geografisch dichtbij wordt geplaatst. Hierdoor kan deze data heel snel aangeleverd worden. Ook operating systemen zoals Linux, OSX en Windows kennen zoiets. Databases kennen ook cache. Hiermee kunnen veel opgevraagde records snel verstuurd worden. Bijvoorbeeld handig voor sessie informatie die veelvuldig gevraagd wordt. Cache is een data replicatie onderwerp om dat het enerzijds replicatie kan versnellen en anderzijds replicatie kan verstoren. Hier wijden we niet verder uit over dit onderwerp, maar je gaat dan bijvoorbeeld in op onderwerpen als "Cache hits", "Cache misses" en "Flushing Cache".
Timing
Een ander interessant aspect van data replicatie moet nog in meer dertail besproken worden. De tijdsvertraging (latency). Dit is van belang bij replicatie. Dit kwam eerder aan bod bij de RTO en RPO. De fysieke afstand tussen de storage die we repliceren bepaalt welke tijd er nodig is om die data te repliceren. Pas wanneer data aan beide kanten compleet is weggeschreven is de data veilig. Wanneer de afstand groot is begint dit een rol te spelen. Bij synchrone replicatie wordt pas een bevestiging gegeven als beide zijden geschreven hebben. Vanwege de afstand moet een eindgebruiker dan langer wachten. Bij echt grote afstanden kan dit vervolgens een probleem worden. Er kan dan beter gekozen worden voor asynchrone replicatie. Hierbij kan de eindgebruiker verder wanneer de data lokaal is weggeschreven. Daarna wordt de data nog gerepliceerd. Dit is goed nieuws voor de performance, maar minder goed voor data veiligheid. Want het kan dus voorkomen dat de data nog niet volledig is gerepliceerd en er zich een verstoring voordoet. De storage is dan niet meer hetzelfde. Welke zijde heeft nu gelijk als er bidirectonele replicatie toegepast werd? Hier zijn natuurlijk wel oplossingen voor, maar die vallen buiten de scope van dit artikel.
Data Soverignty
En waarom was dit allemaal zo belangrijk voor Data Sovereignty? In het licht van de Data Sovereignty zouden bedrijven en organisaties kunnen overwegen data op meerder plekken op te slaan. Bijvoorbeeld om zeker te zijn van de (geo)locatie van de data (Data Residiency). Ook bieden verschillende technieken de mogelijkheid tot DR van data. Dit is iets dat Data Sovereignty zeker raakt. De beschreven technieken zijn dus van belang om dergelijke doelstellingen te verwezenlijken. En omdat geen enkele techniek alle problemen oplost en situaties van elkaar verschillen, zijn alle technieken zinvol om kennis van te hebben en ze “Meester” te zijn. Misschien dat zelfs een combinatie van technieken gebruik kan / moet worden.
Hoewel het geen replicatie technologie betreft, moet open source software (OSS) hier toch genoemd worden. Omdat Data Sovereignty gaat om in “Control” te komen van data, heeft de software die gebruikt wordt daar een grote impact op. De beste manier om controle te behouden (of opnieuw te verkrijgen) is controle te behouden over de software die gebruikt wordt. OSS is dan de beste keuze die gemaakt kan worden. Interessant detail is overigens dat alle cloud provider / hyperscalers gebruik maken van OSS. Soms gaan ze zo ver om OSS een nieuwe naam te geven en het als een eigen product in de markt te zetten. Dat is overigens legaal. Zelfs al wordt de hernoemde versie gebruikt, men kan altijd terug naar de OSS variant en daarmee blijft data toegankelijk.
Nog een voordeel van het gebruik van OSS is dat het de beste garantie is om open standaarden te gebruiken. OSS kan niet anders dan open standaarden gebruiken en dat garandeert de toegankelijkheid tot de data.
Samenvattend kan gesteld worden dat het begrip van “Patterns and Anti-Patterns” en het beheersen van de technologeen van data replicatie hoogstwaarschijnlijk noodzakelijk zijn om Data Sovereignty te bereiken. Data Sovereignty is het mitigeren van geopolitieke risico’s in data opslag. Deze technieken gaan je daarbij helpen.
Als je een beetje de onderwerpen in de media volgt, dan zal je gezien hebben dat de discussie rond Digital Sovereignty redelijk “Losgaat”. Ook op LikedIn is Digital Sovereignty een onderwerp dat veelvuldig voorbijkomt. Veel van mijn vakbroeders zijn hiermee bezig – logish – want klanten zijn ermee bezig. Daar vinden deze discussies plaats en als gevolg daarvan worden we als IT consultancy bedrijf daarin betrokken. Veel consultancy bedrijven hebben ook al een Digital Sovereignty aanbod, net zoals mijn huidige werkgever. Maar ik vraag me serieus af, wie gaat er ook echt wat doen? Welk bedrijf gaat daadwerkelijk een punt zetten achter de afhankelijkheid van Amerikaanse tech? Maar nog belangrijker, welk aspect wordt vermeden?
Oke, waar hebben we het over?
Eerder schreef ik al een blog tekst over Digital Sovereignty. Hierin onderzocht ik wat goede definities zijn om te hanteren. De Europese Commissie heeft daar een prima startpunt voor. Dit “Cloud Sovereignty Framework” is zeer bruikbaar. De Europese comissie toont hier leiderschap naar mijn idee. De kern is dat Digital Sovereignty veel meer is dan alleen Data Sovereignty. Zoals Gartner aangeeft is er sprake van
Technologische Sovereignty,
Data Sovereignty,
Operationele Sovereignty
In de meeste organisaties wordt overigens alleen gesproken over Data Sovereignty. Dat bleek tijdens twee rondetafelgesprekken die ik mocht leiden. Daarmee wordt voorbij gegaan aan het moeilijkste deel, namelijk de afhankelijkheid van US tech, zowel hardware als software. Het onderwerp Data Sovereignty rechtvaardigt een eigen blog tekst denk ik.
Wat me overigens ook verbaast is dat dit blijkbaar gezien wordt als drie ongerelateerde onderwerpen. Volgens mij kan je geen Data Sovereignty behalen als je technologisch afhankelijk bent. Even zo goed is Operation Sovereignty een illusie als je Data Sovereignty niet op orde hebt. Ik vermoed steeds meer dat alles draait om de Technological Sovereignty, de afhankelijkheid van US tech. En ja, dat gaat zowel over hardware als software.
Wat leerde ik tijdens de rondetafelgesprekken?
Een telecom provider uit een noordelijk land gaf aan dat ze bij een invasie ook hun data terug uit een cloud willen kunnen krijgen. Dit aspect had ik eerder niet overwogen. De vraag die onmiddellijk bij mij op kwam was, en dan heb je je data terug hoe weet je dan dat het uit de cloud is verwijderd? Kan je dat eigenlijk wel bepalen?
Risc mitigation
Vanuit een architectuur standpunt bekeken gaat deze gehele discussie over risico mitigatie. Dat deden we altijd al, maar er is een geopolitiek risico bij gekomen. Namelijk, de afhankelijkheid van Amerikaanse tech. Nederland is volledig afhankelijk van Microsoft Office bijvoorbeeld. Ik kan geen opdracht doen zonder hiermee in aanraking te komen. Probeer het als professional maar eens te vermijden, succes. Overigens de alternatieven zijn ook allemaal uit de US afkomstig. Zelf gebruik ik Apple hardware, Google, Microsoft en AWS. Deze risico spreiding heeft dan ook een zwak punt, het is allemaal US tech.
Uitzondering hierop is mijn oude Macbook met Ubuntu. Welliswaar is de hardware op Amerikaanse tech gebaseerd, maar de software niet. Ook mijn Proton-account is redelijk vrij van Amerikaanse tech. Maar van mijn werkgever mag ik het allemaal niet gebruiken. Het is niet veilig en niet managed. Dit in tegenstelling tot mijn Windows laptop die volledig dichtgetimmerd is. Deze is wel als veilig beschouwd, ookal zijn de keys van Bitlocker inmiddels aan de FBI overhandigd.
Maar zoals gezegd, risicomitigatie dus. Vanuit architectuurstandpunt bezien vraag ik me dan af, welk geopolitiek risico wil je precies mitigeren? We zijn altijd wel ergens afhankelijk, maar ben je vrij om de afhakelijkheid te kiezen? Of accepteer je een afhankelijkheid omdat je niet door de pijn wil om daarvan af te raken? Ik heb het wel eens vergeleken met drugs, je moet cold turkey gaan om ervan af te komen. Maar dan heb je wel je vrijheid herwonnen.
Hardware en software afhankelijkheden
Mij lijkt het erg lastig om alternatieven voor US based hardware te vinden. Ze zijn er wel, o.a. mijn werkgever komt met eigen computer chips. De afhankelijkheid van US based hardware heeft daarnaast overigens ook een pikant detail. De machines om die chips te fabriceren komt uit Nederland. Anyways, ik zie dit toch niet zo snel veranderen.
Op het software vlak is meer eer te behalen. Er zijn veel Open Source alternatieven te vinden voor US based software. Ik ga geen lijst van alternatieven maken, die is er al. De alternatieven zijn misschien niet zo mooi en vereisen gewenning. Functioneel is het wel. Je blijft hiermee baas over de functionaliteit en de beschikbaarheid daarvan. Operational Sovereignty dus. En met Open Source software komen ook open standaarden. Deze open standaarden maken dat je baas blijft over eigen data. Een belangrijk deel van Data Sovereignty dus. Naar mijn idee kan je met Open Source software twee vliegen in een klap slaan.
Wel is er voldoende kennis en ervaring nodig om Open Source software succesvol te implementeren. Je wordt niet bij de hand genomen, er moet veel zelf uitgezocht worden. Het raakt hiermee aan de capabilities van de IT organisatie. Ik schreef er eerder over, maar ook dit onderwerp verdient een eigen blog tekst.
En hier hebben we het dus niet over
Opnieuw zien we dus nut van Open Source software. En daar wordt niet, of nauwelijks over gesproken. Opnieuw wel bij de Europese Commissie. Zij wil de commerciele Open Source software stimuleren. Verschillende organisaties werken aan alternatieven voor hun US based software. Frankrijk kiest bijvoorbeeld voor een alternatief voor Zoom. En opnieuw gaat het dus niet om kosten. Bedrijven zijn prima bereid te betalen voor software. Het gaat om de vrijheid om zelf keuzes te kunnen maken.
Voor mij is het een “Trip down memory lane”. Ik was destijds betrokken bij het Antonius Open project. Hier probeerde het St. Antonius ziekenhuis in Utrecht / Nieuwegein Open Source software te introduceren in haar IT landschap. We hebben veel weerstand ondervonden, maar technisch kon het allemaal wel. Inmiddels zijn we jaren verder en misschien is onze motivatie nu sterker?